Menu Content/Inhalt
Home arrow Historiek Bever
Historiek Bever PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Administrator   
Evenals Sint-Pieters-Kapelle, deelgemeente van Herne, behoorde Bever tot in 1963 tot de provincie Henegouwen. Bij de vastlegging van de taalgrens werd Bever naar Vlaams-Brabant overgeheveld. Het toenmalig grondgebied van Bever werd uitgebreid met het gehucht Akrenbos (Deux-Acren). Het gehucht Warissaet werd afgestaan aan Bassilly. De taalgrensgemeente Bever ligt op die manier aan de grens van de provincie Vlaams-Brabant en de regio Pajottenland.

Geografische situering

Met een oppervlakte van 1978 ha is de gemeente Bever de meest uitgestrekte gemeente van de streek. Bever is gelegen in de zuid-westhoek van Vlaams-Brabant en grenst aan 6 andere deelgemeenten, verdeeld over drie provincies: Geraardsbergen (Viane) in Oost-Vlaanderen, Lessines (Bassilly, Bois-de-Lessines, Twee-Akren) in Henegouwen en Galmaarden (Tollembeek) en Herne (St-Pieters-Kapelle) in Vlaams-Brabant.

ImageDe topografische kaart toont dat Bever gesitueerd is op een licht Zuid-Noord hellend vlak met een helling van gemiddeld minder dan 1 %. De hoogtelijnen variëren tussen 30 en 75 m, met Commijn (73,75 m) en Romont (71,25 m) als hoogste punten. Drie evenwijdige beken doorsnijden dit plateau en sluiten aan bij de Mark (bijrivier van de Dender): de Arenbergbeek ten westen, de Carmoybeek in het centrum en de Pontembeek (Plasbeek-Eisbroekbeek) in het oosten. Een kleine oppervlakte (minder dan 10 %) van het grondgebied ten zuiden van de waterscheidingskam van Romont leidt naar het bekken van de Rembecq (Bassilly) die zich verder bij de Sylle aansluit en zo in de Dender uitmondt. De brede valleien worden gekenmerkt door donkere alluviale kleigronden met een moeraskarakter. Je vindt er vooral weiden en een gesloten landschap. Elders op het plateau bestaat de bodem uit fijne materialen (zand en leem) die tijdens het pleistoceen (kwartair) door de noorderwinden werden neergezet. Deze vruchtbare, minder vochtige gronden worden gebruikt voor diverse teelten (koren, veevoeder en industriële gewassen) en vormen een open akkerlandschap. Onder de bodem bevindt zich eerst een 35 m dikke ondergrondse laag gevormd door zand en klei (tertiair) die de harde silure leisteen uit het primaire tijdperk bedekt.

De structuur van de huisvesting lijkt weinig geordend en oogt als een allegaartje van geconcentreerde en verspreide bewoning. Bever heeft verschillende gehuchten met telkens een kern waaromheen boerderijen en residentiële woningen in losse orde verschijnen. Buiten de hoofdkern van het centrum vormen Akrenbos, Burght, Broeck en Romont de belangrijkste gehuchten.

Naamgeving

De naam Bever, in het Frans Biévène, komt op oude kaarten en in archivalia in diverse varianten voor: Beverna of Bevena in het Latijn, Biesme in het Waals, Bevrene, Bieverne en Bever in het Nederlands. Volgens Godfried Kurth zou de naam afgeleid zijn van het woord Bebrona, op zijn beurt afgeleid van het Keltische Beber of Bebros, wat bever betekent. De Dender met de zijrivier de Mark en de verschillende beken kunnen inderdaad een waterrijk gebied voor bevers geweest zijn. Andere etymologen verwijzen naar het Keltische woord beven, wat grens betekent.

Gemeentewapen

ImageHet gemeentewapen is gevierendeeld op een veld van zilver met op 1 en 4, drie balken in keel en op 2 en 3, drie beslagbijlen in keel. De twee beslagbijlen in chef staan rug aan rug. Het gemeentewapen verwijst naar het wapenschild van de familie de Croÿ .

Historische context

Oude documenten vermelden namen van heren, ridders en dames die de naam van de gemeente dragen. Helaas, door de verschillende schrijfwijzen is het niet altijd duidelijk of het wel degelijk over Bever of over een andere gemeente gaat. De oudste verwijzing dateert van 946: een document van Otto I, keizer van het Heilig Roomse Rijk, waarin melding gemaakt wordt van schenkingen aan de abdij van Gembloux. Helaas is dit document een vervalsing gebleken.

Tot op heden zijn er op het grondgebied Bever geen artefacten daterend uit de oudheid aan het licht gekomen. Er zouden in Akrenbos enkele archeologische vondsten uit de Gallo-Romeinse periode gedaan zijn in de 19de eeuw.

Bever behoorde tijdens de middeleeuwen tot het graafschap Henegouwen. Op het grondgebied waren er 6 heerlijkheden. De twee belangrijkste waren Hallut en Rumbempré-Renesse, die ieder een eigen schepenbank bezaten. Daarnaast waren er nog de heerlijkheden van Fontaine, Esclatière, de la Barre en Van Branschenbroeck.

Eigenaardig is wel dat het oude centrum van het dorp gelegen was tussen de huidige parochiekerk en de kapel van Akrenbos, in het gehucht dat de naam Burcht draagt. Oorspronkelijk werd daar door Seger van Edingen een burchtkapel gebouwd, die reeds in 1311 door Godfroid van Naast, heer van Bever, hersteld werd. Nadat deze kapel in puin was gevallen, werd het beneficium ervan overgeheveld naar de kapel van Sint-Martinus, rond 1760. Een cartularium uit 1719 leert dat er 4 altaren in deze burchtkapel waren, toegewijd aan de H. Anna, Sint-Antonius, Sint-Niklaas en Onze-Lieve-Vrouw.

Laatst gewijzigd op ( 02-04-2008 )